Vierslagleren op de Markesteen

Gezeten aan haar bureau in de klas van groep 6/7, manoeuvreert Saskia Paauw handig tussen de stapels papier en de computer waarmee ze het digibord bedient.

Ik zit aan de andere kant van de tafel, en voel me geïntimideerd door dat digibord, dat groot en zwaar over mijn schouder meekijkt als ik mijn eerste vraag aan Saskia stel.

Wat houdt het vierslagleren in?

Saskia vertelt: “Bij het vierslagleren wordt een jonge leerkracht gekoppeld aan een ervaren docent. Samen doen ze een masteropleiding. De ervaren leerkracht wordt voor 2 dagen vrijgesteld van lesgeven. Zo kan zij zich op de master concentreren. De jonge leerkracht vult die 2 dagen op en kan daardoor werkervaring opdoen.”

Op de Markesteen hebben doorgewinterde leerkracht Lisanne Feeburg en ‘newbee’ Saskia de krachten gebundeld.

Samen doen ze de master MLI: master Leren en Innoveren. Tijdens deze opleiding worden beide leerkrachten geschoold op het gebied van onderwijsvernieuwing en de toepassing daarvan in het dagelijks onderwijs.

Daarnaast leren ze een ‘teacher leader’ te zijn. Dit houdt in dat zij hun collega’s aan de hand nemen in het uitvoeren van de onderwijsvernieuwingen.

Het blijkt een steeds terugkerende aanpak te zijn op de Markesteen. Ook Irene Heuvingh, Reken- en Gedragsspecialist en Ingeborg Hooijmaaiers, Taalspecialist, vertelden al dat zij uitdrukkelijk de opdracht hadden gekregen om hun collega’s te begeleiden op het gebied van hun specialismes.

Het is ook een gouden aanpak, natuurlijk: één leerkracht ontwikkelt een specialisme en het hele team profiteert ervan.

Maar hoe brengen Saskia en Lisanne het vierslagleren en de onderwijsvernieuwing op de Markesteen in de praktijk?

Programmeren met de Beebot

Lisanne heeft zich tijdens het eerste jaar van haar opleiding gericht op programmeren. Jawel, kinderen worden niet langer geacht zich alleen het gebruik van computers eigen te maken. Ze worden ook aangemoedigd om zelf te programmeren!

Hierdoor leren ze denken als een computer. Bovendien ontwikkelen ze oplossingsvaardigheden en leren ze samenwerken.

Om dit te bewerkstelligen, heeft Lisanne de Beebot in gebruik genomen. Deze robot, die eruit ziet als een kolossale bij, is ongeveer 15 cm lang en heeft op zijn rug een aantal knoppen zitten. De pijl ‘vooruit’ laat de machine één stap vooruit zetten. De knoppen ‘links’ en ‘rechts’ laten het beestje draaien, zodat hij een andere kant op gemanoeuvreerd kan worden.

De Beebot wordt op een mat gelegd waar vierkanten vlakken op getekend zijn. Door de vlakken te tellen, kan je vooraf berekenen hoeveel ‘stappen’ de bot moet zetten, en wanneer hij moet draaien om een bepaalde route te lopen. Alles stel je vooraf in. Daarna druk je op de groene knop, en gaat de machine aan de gang.

In de laagste klassen wordt de Beebot gebruikt om te leren tellen, of om de begrippen links en rechts te oefenen. In de hogere klassen kunnen kinderen de Beebot een bepaald parcours laten afleggen.

Op deze manier is de Beebot voor verschillende leeftijden in te zetten. En maken alle leerlingen dus al vroeg kennis met aspecten van programmeren.

Het onderzoek van Lisanne heeft zich vooral toegespitst op de begeleiding van de leraren. Die leren zo om hun leerlingen te begeleiden in hun werk met de Beebot. “Een leuk onderzoek,” laat Lisanne weten, “want zowel de leraren als de leerlingen hebben enthousiast gewerkt tijdens het onderzoek. Dat belooft wat!”

Mediakunst: figureren in je eigen tekening

Saskia heeft zich gestort op de Mediakunst. Die media worden ingezet als middel om een bepaald doel te bereiken. Die doelen zijn vakoverschrijdend. Mediakunst is daarmee een ‘horizontale leerlijn’, zo legt ze uit.

Een voorbeeld waar Saskia zo enthousiast over is dat het aanstekelijk werkt, is de inzet van green screens.

Kinderen maken dan een tekening, bijvoorbeeld van een dierentuin. Vervolgens wordt die tekening in de computer gezet.

De kinderen gaan voor een scherm staan, de green screen, en doen net of ze door hun eigen tekening lopen. Ze wandelen bijvoorbeeld over een getekend paadje of aaien een zelfgemaakte olifant.

Dit wordt opgenomen en over de ingescande tekening geplaatst. Zo maken de kinderen een filmpje waarin ze in hun eigen tekening figureren.

Niet alleen het tekenen wordt aan de kinderen overgelaten. Ook het bewerken van het filmpje nemen ze op zich.

Sommige kinderen weten hier al wat meer van. Zij helpen klasgenootjes die nog niet bekend zijn met de materie. De vakoverschrijdende vaardigheden die ze met dit project oefenen, zijn:

Het digibord achter mij komt tot leven. Ik schuif wat naar achteren om het filmpje te kunnen bekijken dat de kinderen hebben gemaakt. Ik zie een jongen in een prachtige tekening zijn eigen auto besturen. Een andere jongen zit bovenop zijn eigen kameel. En in een andere tekening fotografeert een leerling zijn eigen getekende Eiffeltoren.

Indrukwekkend dat de kinderen die zelf kunnen maken! Ik kan me Saskia’s enthousiasme dan ook goed voorstellen.

Bekijk de film van het werk van de kinderen maar eens.

Voor Saskia is dit project een cadeautje: voordat ze de Pabo deed, heeft ze de fotovakschool gedaan. Ze kan haar interesses en expertise dus op een prachtige manier combineren.

Vierslagleren, 2 docenten, 1 project

“Werken Lisanne en Saskia ook samen?” vraag ik. “Dit jaar nog niet,” vertelt Saskia. Lisanne werkt voornamelijk in de onderbouw, Saskia is gericht nu op de bovenbouw.

Maar volgend jaar gaan ze samen aan een project werken. Dan worden de vakken Programmeren en Mediakunst gecombineerd tot een horizontale leerlijn. Hierbij wordt bijvoorbeeld de Beebot ingezet om kinderen in boven- en onderbouw iets moois te laten creëren. Bovendien wordt bij Mediakunst de Kunsteducatie geïntegreerd met Mediawijsheid.

De details moeten nog ingevuld worden, maar ik hoop tegen die tijd opnieuw verslag te mogen doen van de uitkomst van dit vierslagleren. Wat een bijzondere onderwijsontwikkelingen!